Sluiten
Thuis in
uw dossier

Ik heb alles gegeven, zelfs mijn eigen nier

8-1-2021

Eigenlijk had hij in zijn slotjaar leiding willen geven op de corona-unit van het Spaarne Gasthuis in Haarlem Zuid. Maar een collega zei tegen nierspecialist Wim van Dorp: ,,Nee, dat kan niet. Jij behoort met je 64 jaar tot de risicogroep. Leuk dat je mee wil helpen maar niet bij corona. Toen mocht ik gelukkig gaan werken als internist op de intensive care in Hoofddorp.’’

Nierspecialist of nefroloog Wim van Dorp houdt er op zijn 65ste mee op. Hij had nog langer kunnen werken, maar vindt het beter om te stoppen. ,,Ik merk dat ik me steeds meer betrokken ga voelen bij mijn patiënten. Dat zal met de leeftijd te maken hebben. Dan is het beter een stapje terug te doen.’’

Wim van Dorp behaalde zijn artsexamen in 1975 in Leiden en specialiseerde zich in 1990 tot internist en later tot nefroloog. De basis daarvoor werd gelegd tijdens zijn assistentschap op een onderzoekslab voor nierziekten. Hij mocht er zelfs een wetenschappelijke publicatie aan wijden en was in eigen woorden ’zo trots als een haan’. Nadat hij zich had gespecialiseerd werd de begeleiding rond orgaantransplantatie zijn grote passie.

Fusie

Toen de Leidenaar in 1990 bij het Elisabeth of Groote Gasthuis kwam werken klom hij al snel op tot stafvoorzitter. Het was de periode van ingrijpende fusies in de ziekenhuiswereld. Van Dorp: ,,Eerst ging het om ons, het Zeewegziekenhuis in IJmuiden en Johannes de Deo in de fusie tot het Kennemer Gasthuis. Ziekenhuizen met enorme cultuurverschillen en ook qua grootte sterk afwijkend. Als je dan besluit om bijvoorbeeld de drie intensive cares te concentreren op één locatie en de verloskunde weg te halen uit IJmuiden, dan stuit je op lastige koninkrijkjes binnen de medische staf. ’Ons ziekenhuis wordt leeggehaald’, was een van de kritiekpunten. Ik moest een keer uitleg komen geven bij de gemeenteraad van Velsen maar het verhaal ging er niet in. Je hoorde het rumoer en de boosheid van de IJmuidenaren rondzoemen. Ik was blij dat ik na afloop weer veilig in de auto naar huis kon rijden.’’

Soepel

Bij de tweede grote fusie – die tussen het Kennemer Gasthuis en het Spaarne Ziekenhuis – was er veel minder sprake van schaalverschil. Ondanks de concurrerende opstellingen in het verleden, ging het in 2015 soepel. ,,Dat hebben de directies en wij heel kundig in elkaar gefietst. Ook de verdeling van specialismen over Haarlem en Hoofddorp liep soepel.’’

Wim van Dorp was betrokken bij het grote dialysecentrum en bij niertransplantaties. ,,Dat laatste specialisme is zo’n mooi onderdeel van mijn vak. De mensen komen hier met hun aandoening en gaan dialyseren. Als je ze dan op een transplantatielijst kunt zetten en als ze dan na jaren met hun kinderen bij je op bezoek komen, dan ben ik zeer ontroerd. Dan staan de tranen me in de ogen.’’

Geliefde Emily

Dat laatste gebeurt ook als Wim van Dorp spreekt over een wel heel bijzondere patiënt aan wie hij zelf een nier doneerde. ,,Mijn geliefde Emily heb ik leren kennen via de Nierstichting waar zij allerlei gala’s voor sponsoren organiseerde. Na haar studie aan de Rietveldacademie ging ze als docent werken aan de Glasgow School of Art voor architectuur, beeldende kunst en design. Ze had een erfelijke nierziekte die steeds verder verslechterde. Ik ben gaan zoeken naar een oplossing. Onze bloedgroepen matchen en in januari 2008 werd een van mijn nieren naar Emily getransplanteerd. Elk jaar vieren we dat met een feestje. Anderhalf jaar geleden dreigde het mis te gaan. Als Emily in Glasgow is facetimen we. Ik kreeg haar echter niet te pakken en maakte me zorgen. Toen ik uiteindelijk contact kreeg, zag ik haar op bed liggen en vertelde ze dat ze niet wist waar ze was. Ik belde het hotel waar ze verbleef en vroeg of ze haar even konden vragen hoe het ging. Even later lag ze in een shocktoestand met koorts in een ambulance naar het ziekenhuis.’’ Dan valt de nefroloog even stil. ,,Ze bleek een salmonellabesmetting te hebben opgelopen en dan gaat het heel snel. Nu is het weer heel goed met haar.’’

Betekenen

In de behandeling van nieraandoeningen hebben zich in zijn carrière niet echt grote doorbraken voorgedaan, maar toch is op het gebied van dialyse en transplantaties wel voortgang geboekt. Bijvoorbeeld met de nachtdialyse. ,,Vaak gaat het om jongere mensen die ’s avonds in het ziekenhuis komen en tijdens de dialyse slapen. De volgende ochtend kunnen ze naar hun werk of studie. Vaak kunnen ze toe met minder medicatie en hebben dus minder bijverschijnselen. Ook op het gebied van thuisdialyse en in het verzorgingshuis is veel ontwikkeld. Door de nieuwe donorregistratie is de wachtlijst voor niertransplantaties iets korter geworden. Dat komt ook doordat vrienden, familieleden en partners vaker een nier doneren. Verder groeit de groep anonieme donoren. Het gaat vaak om vijftigers en zestigers die totaal gezond zijn, de kinderen zijn opgegroeid, de maatschappelijke ambities zijn behaald en dan dient zich de vraag aan: Wat kan ik voor de ander betekenen? Als ik kijk naar de 160 niertransplantaties die jaarlijks in het LUMC in Leiden worden uitgevoerd dan komen er rond de twintig nieren uit deze hoek. Het is nog steeds een groot voordeel als de nier door een levend persoon wordt gedoneerd. Na het overlijden loopt een gedoneerde nier toch wat schade op.’’

Verbeterstappen

Na het terugtreden als nefroloog blijft Wim van Dorp wel actief in de commissie necrologie waar hij al jaren met andere, vaak gepensioneerde medici, de dossiers van overledenen bestudeert. ,,We kijken alle statussen door en kijken naar eventuele medicatiefouten, diagnostiek en hoe het overleg met familie is verlopen. Dat leidt allemaal tot adviezen en verbeterstappen die we terugkoppelen naar de hoofdbehandelaar. Zo lang ik dat nog een beetje kan, blijf ik het doen. Verder heb ik vier geweldige zonen en vijf kleinkinderen die me wat meer gaan zien en met wie ik sport. Je moet wel een beetje op je gezondheid letten. Als iemand me vraagt hoe het me gaat, dan grap ik wel eens: Het leven is een langgerekte hel waarvoor de dood gelukkig een oplossing biedt. Humor is ook wel belangrijk.’’

Bron: Haarlems Dagblad
Auteur: Jacob van der Meulen