Sluiten
Thuis in
uw dossier

De juiste zorg voor de juiste prijs

4-7-2018

Een zorgverzekeraar vraagt een ziekenhuis een trusted third party te laten onderzoeken hoe doelmatig het ziekenhuis declareert. Het ziekenhuis reageert in eerste instantie sceptisch: hoe “trusted” is een externe partij die de zorgverzekeraar aanwijst en wat wil de zorgverzekeraar met de uitkomsten? De beslissing zelf de partij te kiezen kantelt het beeld: ‘Waarom hadden we dit niet eerder en zelf bedacht?’

Kees Wolse en Peter van Barneveld, bestuurders van het Spaarne Gasthuis, wisten in eerste instantie niet goed hoe ze moesten reageren op de stelling van de zorgverzekeraar dat het ziekenhuis doelmatiger moest declareren. Peter vertelt: ‘Daarmee zegt de zorgverzekeraar feitelijk dat je ondoelmatig declareert. Je krijgt mij op de kast als je dit zegt zonder dit te onderbouwen. Het klinkt namelijk als: “Je gaat te gemakkelijk met gemeenschapsgeld om”. Dat raakt je, want dat probeer je als ziekenhuisbestuurder juist te voorkomen.’

Wel stelde Wolse een voorwaarde in het proces. ‘Als bestuurder zit je in je achterhoofd toch met de vraag of dit een voorstel met een dubbele bodem is’, zegt hij. ‘Tegelijkertijd weet je dat je goede argumenten nodig hebt om te zeggen dat je die route niet wilt kiezen. Maar ik besloot dat, als ik die route wél wilde volgen, ik dan wel zelf de partij wilde kiezen. Een partij waaraan ik met vertrouwen alle data kan overleggen en die me met de beste bedoelingen een spiegel kan voorhouden. Mijn verwachting is dat we van zo’n partij kunnen leren op welke onderdelen van onze zorgverlening wij ten opzichte van de benchmark minder doelmatig zijn.’

Hulp zonder waardeoordeel

Spaarne Gasthuis benaderde vier partijen die mogelijk als trusted third party konden fungeren om het declaratiegedrag van het ziekenhuis door te lichten. Na selectie viel de keuze op i2i. Dit bureau ontwikkelde het model van Doelmatig Direct Declareren (DDD) om ziekenhuizen te helpen bij het inzichtelijk maken van hun doelmatigheid. Een DDD-partnership houdt voor een ziekenhuis in dat het aan zorgverzekeraars en de buitenwereld laat zien dat het staat voor doelmatige zorg en dat het publieke middelen verantwoord besteedt.

‘We weten in het ziekenhuis wel ongeveer hoe we ervoor staan’, zegt Van Barneveld, ‘we bieden ruimte zodat mensen hier gepassioneerd bezig kunnen zijn met het verbeteren van de zorg’. Diezelfde drive zag ik direct bij de mensen van i2i: jonge, enthousiaste mensen die de intrinsieke behoefte hebben om ons daarbij – zonder waardeoordeel – te helpen. Mijn gedachte was: “Het voelt goed, we doen het”. In de wetenschap dat we ons daarmee kwetsbaar opstellen, want er kán een slechte uitkomst uit naar voren komen. Ik heb voldoende vertrouwen in onze organisatie om te denken dat dit meevalt, maar ik houd rekening met de mogelijkheid dat zwakke punten aan het licht komen. En als dat het geval is, ben ik blij dat die boven tafel komen, want dan kunnen we die repareren. De DDD rapportages wijzen ons dan de weg hoe dit kan.

De resultaten worden besproken in het wekelijkse overleg dat Spaarne Gasthuis heeft met de 130 leidinggevenden (medisch managers, zorgmanagers, managers ondersteunende diensten en afdelingshoofden) binnen de organisatie. ‘We zullen dit doen zonder iemand verwijten te maken’, zegt Wolse, ‘want ik ga ervan uit dat geen enkele van die 130 leidinggevenden er bewust een puinhoop van maakt. De achterliggende boodschap is dat de uitkomsten de weg wijzen om gezamenlijk de zorg te verbeteren.
En ook specialismen die al goed scoren zijn niet ontslagen van de plicht om te onderzoeken of het nog beter kan. Je moet altijd willen verbeteren, open staan voor de mogelijkheid om zorg die niet in het ziekenhuis hoeft te worden geboden daar weg te halen. Nooit achterover leunen, ook niet als je je werk al aantoonbaar goed doet.

Duidelijk belang

Van Barneveld zegt: “Waarom hadden we dit niet eerder zelf bedacht?”. Hij legt uit: ‘Door het fusieproces dat we achter de rug hebben van Kennemer Gasthuis en Spaarne Ziekenhuis tot Spaarne Gasthuis, hebben we een poos niet de ruimte gehad om onszelf over dit soort onderwerpen kritische vragen te stellen. Nu kunnen we hier wel prioriteit aan geven. In de momenteel populaire opvatting dat heel veel zorg die het ziekenhuis biedt best naar de eerste lijn kan, is het belangrijk om stil te staan bij de vraag of dit wel echt kan en wat daar dan voor nodig is.

Daarom is het proces van DDD dat i2i aanbiedt een goed hulpmiddel om als zorgaanbieder je maatschappelijke opdracht vorm te geven in die razend ingewikkelde en snel veranderende wereld van de zorg. Een partij die je in die wereld helpt om zaken op een rijtje te zetten, helpt je om je organisatie te verbeteren. Ik stap dan ook het proces in met de overtuiging dat er altijd iets positiefs uit komt. Het biedt het ziekenhuis én de zorgverzekeraar de ruimte om op basis van objectieve gegevens een duidelijke koers uit te zetten.’