Sluiten
Mijn
Spaarne
Gasthuis

Van IC af, maar nog lang niet klaar

28-4-2020

Bron: NRC Handelsblad van 28 april 2020

Doorligwonden, kilo’s aan spier kwijt en beschadigde longen. Wie met Covid-19 op de IC heeft gelegen, wacht een zwaar herstel.

Foto: Ilvy Njiokiktjien

Jenny Zwiggelaar werkt sinds kort via het raam met sommige patiënten. Zij staat op het gras voor hun huis en samen doen ze de afgesproken oefeningen, de patiënt achter het glas. Zwiggelaar is longfysiotherapeut en werkt met longpatiënten die ondanks hun moeizame ademhaling elke dag moeten bewegen. Naast hun longziekte kunnen ze andere aandoeningen hebben, waardoor ze ook op hun suiker en bloeddruk moeten letten. Bij uitstek mensen die het coronavirus níet moeten oplopen.

Morgen gaat Zwiggelaar voor het eerst oefeningen doen met een patiënt die Covid-19 kreeg en het overleefde. Die patiënt is net ontslagen uit het ziekenhuis. „Ze kan nog niet naar buiten, maar dat wil ze wel. Ze wil ook weer koken.” Eerst deden buurtbewoners dat voor haar man, nu kookt hij zelf.

Steeds meer coronapatiënten komen thuis. 539 van hen overleefden een opname op de intensive care en zijn naar huis. Nog eens 585 overleefden de IC, maar liggen nog in het ziekenhuis. 661 patiënten overleefden de opname niet. 884 liggen nog op de IC

Ruim 10.000 mensen werden opgenomen in het ziekenhuis, velen liggen er nog of verblijven in een revalidatie-instelling. Hun lichaam heeft zelf het virus verslagen, ze kregen in het ziekenhuis alleen hulp bij het ademen, antistollingsmiddelen, bloeddrukverhogers en soms antibiotica.

Maar ze zijn, allemaal, nog lang niet klaar.

Normaal gesproken moet de patiënt voor elke dag op de intensive care één week revalideren. Voor Covid-19-patiënten, die gemiddeld drie weken op de IC liggen, is dat dus 21 weken.

Longarts Gert-Jan Braunstahl in het Franciscus Gasthuis en Vlietland in Rotterdam heeft, als hij de telefoon opneemt, net een patiënt van de IC naar een verpleegafdeling gebracht. Een zestiger. De man heeft een doorligwond in zijn gezicht. „Als je drie weken op je buik ligt met spierverslappers en slaapmiddelen voor de beademing, dan kan dat gebeuren.”

Zenuwproblemen

Doorligwonden zijn maar één van de gevolgen van wekenlang stilliggen. Covid-19-patiënten raken op de IC in drie weken gemiddeld vier tot vijf kilo spier kwijt, vertelt Braunstahl. Ze kunnen daardoor niet lopen en amper slikken. Ze hebben ook zenuwproblemen, waardoor organen niet goed worden aangestuurd door de hersens. En de longen zijn beschadigd. Door het virus zelf, maar ook doordat ze wekenlang kunstmatig zijn beademd. „We verwachten dat een op de vijf patiënten op de lange termijn beschadigde longen houdt, waardoor ze niet goed kunnen ophoesten en gevoeliger zijn voor infecties.”

En ze hebben, om nog onbekende redenen, stollingsproblemen. Sneller dan bij andere patiënten met een ernstige longontsteking stolt het bloed bij Covid-19-patiënten niet goed, waardoor bloedpropjes kunnen losschieten en een longembolie of trombose veroorzaken.

Normaal heeft het Franciscus 12 IC-bedden, nu 26, waar 18 Covid-19-patiënten in liggen. De meeste patiënten die van de IC afkomen worden verwezen naar een revalidatiecentrum of nazorginstelling. Wie alleen op de verpleegafdeling lag, moet snel terugkomen voor controle. „We weten nog niet goed wat voor die groep nodig is. Fysiotherapeut, diëtiste en psycholoog zijn op indicatie.”

En dan is er de psychische schade. In normale omstandigheden houdt 40 procent van de IC-patiënten posttraumatische stress over aan zijn verblijf, blijkt uit onderzoek. Dat heet het ‘post-ic-syndroom’. Het leidt tot angsten, herbeleving, depressies, concentratiestoornissen. In één klap overgeleverd zijn aan onbekende artsen en verpleegkundigen én machines, is een traumatische ervaring.

Bovendien lig je op een afdeling waar in normale omstandigheden al één op de vijf patiënten om je heen sterft – ook dat kan traumatisch zijn. Van de Covid-19-patiënten op de IC overlijdt een veelvoud. En voor de Covid-19-patiënt zijn de artsen en verpleegkundigen ook nog onzichtbaar, omdat ze bedekt zijn met beschermende kleding.

‘Wie ben ik’-bord

Ben Vermin, intensivist in het Haarlemse Spaarne Gasthuis, draagt tegenwoordig zijn naam in grote letters op zijn witte jas ‘Ik ben BEN’. Er hangt bij elk bed een ‘wie ben ik’-bord, met foto’s van de patiënt, kaarten van zijn familie, zijn hobby’s. En een grote klok, met daarop de datum. Vermin: „Dat helpt tegen de verwarring die patiënten kunnen krijgen. Als je weken lang op één plek ligt, zonder dag- en nachtritme, is de kans dat je echt verward raakt groter.” Normaal heeft het Spaarne 16 IC-bedden, nu 34, waarvan 24 voor corona-patiënten.

Vermin is zich bewust van de psychische gevolgen voor patiënten en naasten. „Voor de naasten is het nu ook traumatisch. Ze kunnen niet bij hun geliefden komen, ze zijn afhankelijk van informatie die we via de telefoon geven.”

Het Spaarne heeft een ‘belteam’ van artsen dat elke dag de naasten belt. „Die gesprekken duren vaak wel een uur. De familie wil zo veel mogelijk weten: elk detail kan hoop geven of juist teniet doen.”

De conditie opbouwen na Covid-19 wordt een zaak van kleine stapjes, zegt fysiotherapeut Jenny Zwiggelaar. Ze heeft met een paar honderd andere fysiotherapeuten online bijscholing gevolgd om coronapatiënten te kunnen helpen. „Ze zijn kortademig. We moeten steeds hun grenzen opzoeken maar niet te hard van stapel lopen. Ze zullen dieetadvies nodig hebben want ondervoeding ligt op de loer – ook bij zware patiënten.”

De patiënten die in het ziekenhuis lagen, zullen gemiddeld vier maanden bezig zijn met opkrabbelen. Niemand durft te voorspellen of ze hun oude gezondheidsniveau ooit weer halen.