Sluiten
Thuis in
uw dossier

‘Halve knieprothese voelt als je eigen knie’

2-11-2018

Met haar drie vriendinnen kan ze nu weer wandelen door de Kennemerduinen. “Tussen de hertjes door, heerlijk”, zegt Wilma Mulder (64) uit Heemstede. “Daar moest ik wegens mijn knieproblemen mee stoppen, maar nu kan het weer, dankzij mijn 2 halve knieprothesen, eentje links en eentje rechts. Na jaren kan ik eindelijk weer zonder pijn lopen.”

Je kan wel een stootje hebben, vertelt ze. Ze piept niet zo gauw. Pijn zit voor een groot deel tussen je oren, vindt ze eigenlijk. Maar die snerpende pijn in haar knieën werd haar bij tijd en wijle toch te machtig. Nu ze daarvan is verlost, gloren weer wandelvakanties in de Dolomieten, samen met haar echtgenoot Lars, zoals ze dat vroeger ook al zo graag deden.

5 jaar geleden werd bij Wilma borstkanker geconstateerd. Het werd een periode van intensieve behandelingen met chemotherapie en bestralingen. “Aan die periode hield ik een zenuwaandoening over, neuropathie. Dat gaat ook gepaard met pijn. Aanvankelijk dacht ik dat de pijn in mijn knieën daar vandaan kwam. Maar mijn huisarts stuurde me door naar het ziekenhuis om foto’s te laten maken. Die lieten zien dat het kraakbeen aan de binnenzijde van beide knieën fors was aangetast. Gek genoeg had ik de meeste pijn links, maar was rechts het meest versleten.”

Gezien de nasleep van de oncologische behandelingen besloot Wilma dat het nog te vroeg was voor een operatie. “Ik heb nog 3 jaar doorgesukkeld. Dat was niet erg leuk, de pijn werd steeds heftiger. Fietsen ging nog wel een beetje, maar met wandelen had ik het met een kwartier wel gehad. Dat was ook niet fijn voor Tessa onze labrador retriever, ze liep te weinig en is er gewoon een beetje te dik van geworden. Na 3 jaar besloten mijn orthopedisch chirurg Maarten Rademakers en ik dat de tijd rijp was om twee halve knieprothesen te plaatsen.”

De halve knieprothese is een variant op de ‘totale knieprothese’ en wordt in het bijzonder gebruikt voor patiënten bij wie een deel van het kraakbeen nog aanwezig is. Orthopedisch chirurg Maarten Rademakers: “Soms is er alleen slijtage aan de binnenkant of de buitenkant van de knie. Het versleten gedeelte vervangen we door een metalen knie. Dat kan alleen bij patiënten die nog goede kruisbanden hebben. Gelukkig was dat bij Wilma Mulder het geval. Het voordeel van een halve knieprothese is daarom dat patiënten het gevoel houden dat ze hun ‘eigen’ knie hebben, meer dan bij een totale knieprothese.”

De slijtage bij Wilma Mulder kwam vermoedelijk niet uit de lucht vallen. Op vrij jonge leeftijd onderging ze meniscusoperaties. “Ik heb 40 jaar in de verpleging en de verzorging gewerkt. Er waren soms wel werkdagen dat ik meer dan 30 kilometer liep. Apparaten om patiënten te tillen hadden we nog niet. Misschien heeft dat ook wel een rol gespeeld.”

De operatie duurde nauwelijks een uurtje. De eerste knie werd in maart 2017 geplaatst, de tweede in september. De operaties waren in de ochtend, ’s middags ging ze meteen het bed uit om de eerste stappen te zetten. “En als ik dan zelfstandig de trap op en af kon, mocht ik de volgende dag naar huis. In beide gevallen ging de revalidatie echt supersnel. Officieel moest ik een paar weken de krukken bij de hand houden, maar Tessa vond die stokken niet fijn, ik voelde me snel heel zelfverzekerd. Af en toe deed ik wel wat te veel, dan wordt de knie warm. Een teken om even rustiger aan te doen. Het is belangrijk om tijdens het herstel vooral zo ontspannen mogelijk te lopen en te bewegen. Na een paar weken liep ik alweer een uur. En na 4 weken stapte ik alweer op de fiets.”

Wilma Mulder denkt dat veel mensen te voorzichtig zijn tijdens het herstel. “6 weken na de operatie kreeg ik een oproep voor een groepsbijeenkomst van patiënten met knieprothesen. Daar kun je dan vragen stellen en zo. Een soort knie-klasje, zeg maar. Het idee is dat je als patiënten van elkaar leert. Ik was de enige die op de fiets was gekomen. Ik ben dolblij met die prothesen. De pijn is weg en ik kan weer zorgeloos bewegen.”

Klik op de afbeelding om meer te lezen over onze orthopedisch specialisten.

Bron: Magazine Zorg voor Beweging 2018